चरण 96: If therefore, you wish to be led by the Divine Providence. . . .

     

इस मार्ग का अध्ययन करें

Question to Consider:

It seems that we go back and forth between forgetting the Lord and relying irresponsibly on Him to bail us out. Can you know whether you are using your prudence properly?


Goddelijke Voorzienigheid #210

ग्रंथ सूची संबंधी जानकारी देखें
द्वारा इमानुएल स्वीडनबोर्ग

210. 7. Al deze dingen kunnen niet geschieden tenzij het de mens toeschijnt dat hij vanuit zichzelf denkt en vanuit zichzelf beschikt.

Dat tenzij het de mens toeschijnt alsof hij leeft vanuit zich en zo dus dat hij denkt en wil, spreekt en handelt zoals uit zich, de mens niet mens zou zijn, werd in de voorgaande dingen ten volle aangetoond. Daaruit volgt dat indien de mens niet alle dingen die van de functie en van het leven van hem zijn, beschikt zoals vanuit eigen voorzichtigheid, hij niet kan worden geleid en beschikt vanuit de Goddelijke Voorzienigheid. Hij zou immers zijn zoals iemand die stond met neerhangende handen, open mond, toegesloten ogen en ingehouden adem, in afwachting van de invloeiing. Zo zou hij zich ontdoen van het menselijke wat hij heeft vanuit de doorvatting en de gewaarwording dat hij leeft, denkt, wil, spreekt en handelt zoals vanuit zich en tegelijk zou hij zich dan ontdoen van zijn beide vermogens, die de vrijheid en de redelijkheid zijn, waardoor hij wordt onderscheiden van de beesten. Zonder die schijn zou niet enig mens het ontvankelijke en het wederkerige hebben en dus niet de onsterfelijkheid. Dit werd in de verhandeling boven en in de verhandeling over de ‘Goddelijke Liefde en de Goddelijke Wijsheid’ aangetoond. Daarom, indien u geleid wilt worden vanuit de Goddelijke Voorzienigheid, gebruik dan de voorzichtigheid zoals een knecht en een dienaar, die getrouw de goederen van zijn heer beheert. Die voorzichtigheid is de mina die aan de knechten werd gegeven om te handelen, waarvan zij rekenschap moesten geven, (Lukas 19:13-25; Mattheüs 25:14-31). De voorzichtigheid zelf verschijnt aan de mens zoals van hemzelf en zolang die als eigen wordt geloofd, zolang houdt de mens de meest verbitterde vijand van God en van de Goddelijke Voorzienigheid, die de eigenliefde is, opgesloten. Deze woont in de innerlijke dingen van ieder mens vanuit geboorte, indien u haar niet leert kennen, ze wil immers niet gekend worden, woont zij veilig en bewaakt de poort opdat die niet door de mens geopend wordt en zij zo door de Heer uitgeworpen wordt. Die poort wordt door de mens geopend daardoor dat hij de boze dingen als zonden schuwt uit zich, met de erkenning dat het uit de Heer is. Deze voorzichtigheid is het waarmee de Goddelijke Voorzienigheid als één handelt.