Stap 11: The Word's deeper meaning (continued)

     

Bestudeer deze passage

Ware Christelijke Religie #200

Zie bibliografische informatie
Door Emanuel Swedenborg

200. III. Het is vanuit de geestelijke zin, dat het Woord Goddelijk geďnspireerd is, en in elk woord heilig. In de Kerk wordt gezegd dat het Woord heilig is, en dit, omdat Jehovah de Heer het gesproken heeft. Maar aangezien het heilige daarvan in de naakte zin van de letter niet verschijnt, bevestigt diegene, die daardoor eenmaal aan de heiligheid ervan twijfelt, zich daarna, wanneer hij het Woord leest, in die twijfel door tal van dingen. Hij zegt dan tot zichzelf: ‘Is dit heilig? Is dit Goddelijk?’ Opdat nu een dergelijke gedachte niet bij velen zal invloeien en naderhand aan kracht zal toenemen, en als gevolg daarvan het Woord als een nietswaardig geschrift verworpen zal worden, en daardoor de verbinding met de Heer met die mens te gronde gaat, heeft het de Heer behaagd, de geestelijke zin daarvan nu te openbaren, met het doel dat men zal weten, waar het heilig Goddelijke in het Woord verborgen ligt. Maar voorbeelden mogen dit verduidelijken. In het Woord wordt nu eens over Egypte gehandeld, dan weer over Aschur, dan over Edom, over Moab, over de zonen Ammons, over de Filistijnen, over Tyrus en Zidon, over Gog, en wie niet weet, dat door deze namen dingen van de hemel en van de Kerk worden aangeduid, kan in dwaling worden gebracht, dat het Woord veel handelt over volken en natiën, en maar weinig over de hemel en de Kerk, dus veel over wereldse en weinig over hemelse dingen. Wanneer hij echter weet wat daardoor wordt aangeduid of door de genoemde namen, zo kan hij van die dwaling weer tot de waarheid worden teruggebracht. Zo is het ook gesteld wanneer hij in het Woord ziet, dat daar zo vaak melding wordt gemaakt van: tuinen, bossen, wouden, voorts van bomen, zoals: de olijfboom, de wijnstok, ceder, populier, eik, en dat zo vaak sprake is van: lam, schaap, bok, kalf, os, en ook van: bergen, heuvels, dalen en van fonteinen, rivieren, wateren daar, en tal van dergelijke dingen meer. Hij die niets weet over de geestelijke zin van het Woord, kan niet anders geloven, dan dat het alleen die dingen zijn, die genoemd worden; want hij weet niet, dat onder: tuin, bos, woud, worden verstaan: wijsheid, inzicht en wetenschap; dat onder olijfboom, wijnstok, ceder, populier en eik, het hemels, geestelijk, redelijk, natuurlijk en zinnelijk goede en ware van de Kerk worden verstaan; dat onder: lam, schaap, bok, kalf en os, de onschuld, de naastenliefde en de natuurlijke aandoening worden verstaan; dat onder bergen, heuvels en dalen, de hogere, lagere en laagste dingen van de Kerk worden verstaan. Voorts dat door Egypte het wetenschappelijke wordt aangeduid, door Aschur het redelijke, door Edom het natuurlijke; door Moab de schending van het goede; door de zonen Ammons de schending van het ware; door de Filistijnen het geloof zonder naastenliefde; door Tyrus en Zidon de erkentenissen van het goede en ware; door Gog, de uitwendige eredienst, zonder de innerlijke. In het algemeen wordt onder Jakob in het Woord de natuurlijke kerk verstaan, onder Israël de geestelijke kerk, en onder Jehudah de hemelse Kerk. Wanneer de mens deze dingen weet, kan hij denken dat het Woord alleen over hemelse dingen handelt, en dat deze wereldse dingen slechts subjecten zijn, waarin zij liggen opgesloten. Maar laat een voorbeeld uit het Woord ook dit verduidelijken; men leest bij Jesaja:

‘Te dien dage zal er een gebaande weg wezen uit Egypte naar Aschur; en de Egyptenaars zullen met Aschur dienen; te dien dage zal Israël de derde wezen voor Egypte en voor Aschur, een zegen in het midden van het land; wie Jehovah Zebaoth zal zegenen, zeggende: Gezegend zij Mijn volk Egypte, en het werk Mijner handen Aschur, en Mijn erfenis Israël’, (Jesaja 19:23-24, 25).

Hieronder wordt in de geestelijke zin verstaan, dat ten tijde van de komst van de Heer het wetenschappelijke, het redelijke en het geestelijke één zullen uitmaken, en dat het wetenschappelijke dan het redelijke zal dienen, en beide het geestelijke. Want door Egypte wordt, zoals gezegd werd, het wetenschappelijke aangeduid, door Aschur het redelijke, en door Israël het geestelijke; onder de tweemaal genoemde dag wordt de eerste en de tweede komst van de Heer verstaan.