Question to Consider:
Too often relationships don't have these qualities. What is a useful thing to do when they seem absent? Can you exhort them from another or only foster them in yourself?
Too often relationships don't have these qualities. What is a useful thing to do when they seem absent? Can you exhort them from another or only foster them in yourself?
180. XXI. Dat de staten van deze liefde zijn: de onschuld, de vrede, de kalmte, de binnenste vriendschap, het volle vertrouwen en het wederzijdse verlangen van het gemoed en van het hart om de ander al het goede te doen; en uit al die staten: de gezegendheid, de vreugde, de verkwikking, de wellust; en uit de eeuwige genieting van deze de hemelse gelukzaligheid.
De oorzaak dat al deze dingen in de echtelijke liefde zijn en vandaar daaruit, is deze dat de oorsprong ervan is uit het huwelijk van het goede en het ware, en dit huwelijk is uit de Heer.
En omdat de liefde zodanig is dat zij met de ander die zij van harte liefheeft, de vreugden wil vergemeenschappen, ja zelfs die in hem overdragen en daaruit zelf de hare krijgen, oneindig meer dus de Goddelijke Liefde, die in de Heer is, in de mens die Hij heeft geschapen tot ontvanger èn van de liefde èn van de wijsheid die uit Hem voortgaan; en omdat Hij hen heeft geschapen tot de opneming ervan: de man tot de opneming van de wijsheid en de vrouw tot de opneming van de liefde van de wijsheid van de man; heeft Hij daarom van de binnenste dingen uit de mensen de echtelijke liefde ingegoten, waarin Hij alle gezegende, gelukzalige, verkwikkelijke en wellustige dingen zou kunnen samenbrengen, die enig en alleen uit de Goddelijke Liefde door Zijn Goddelijke Wijsheid tezamen met het leven voortgaan en invloeien; dus in hen die in de waarlijk echtelijke liefde zijn, omdat alleen dezen de opnemenden zijn.
Er wordt vermeld: de onschuld, de vrede, de kalmte, de binnenste vriendschap, het volle vertrouwen en het wederzijdse verlangen van het gemoed en van het hart om de ander al het goede te doen, aangezien de onschuld en de vrede zijn van de ziel, de kalmte is van het gemoed, de binnenste vriendschap is van de borst, het volle vertrouwen is van het hart en het wederzijdse verlangen van het gemoed en van het hart om de ander al het goede te doen is hieruit van het lichaam.