Stap 97: What is fortune or luck?

     

Bestudeer deze passage

Question to Consider:

Does this paragraph indicate whether or not we should participate in games of chance, the state lottery, etc.? What attitude do you have towards them?


Goddelijke Voorzienigheid #212

Zie bibliografische informatie
Door Emanuel Swedenborg

212. Wie spreekt niet over het toeval en wie erkent het niet, omdat hij er van spreekt en omdat hij erover iets uit ervaring weet. Maar wie weet wat het is? Dat het iets is, omdat het bestaat en omdat het voorkomt, kan niet ontkend worden; en niet kan iets zijn en voorkomen zonder oorzaak. Maar de oorzaak van dit iets of van het toeval is onbekend. Opdat het echter niet ontkend wordt vanuit onwetendheid ten aanzien van de oorzaak alleen, neem dobbelstenen of speelkaarten en speel of raadpleeg spelers. Wie van hen ontkent het toeval, dezen immers spelen ermee en het toeval met hen op wonderbaarlijke wijze. Wie kan er tegen handelen indien het zich verzet, lacht het dan niet om voorzichtigheid en wijsheid, is het niet, als u de dobbelstenen rolt en de kaarten schudt, alsof dit de draaiingen en de wendingen van de holten van de hand weet en regelt om de een meer dan de ander te begunstigen vanuit een zekere oorzaak. Kan de oorzaak ergens anders vandaan komen dan vanuit de Goddelijke Voorzienigheid in laatsten, waar het door bestendigheden en veranderingen met de menselijke voorzichtigheid wonderlijk handelt en tegelijk zich verbergt. Dat de heidenen in oude tijden het lot erkenden en voor haar een tempel bouwden, zoals de Italianen in Rome, is bekend. Over dit lot, dat zoals gezegd, de Goddelijke Voorzienigheid in laatsten is, is het mij gegeven vele dingen te weten, waarvan het niet geoorloofd is die te openbaren. Vanuit deze dingen bleek voor mij dat het niet een illusie van het gemoed is, noch een speling van de natuur, noch iets zonder oorzaak, dit immers is niet iets, maar het is een zichtbare getuigenis dat de Goddelijke Voorzienigheid is in de afzonderlijke dingen van het denken en van de handelingen van de mens. Daar er een Goddelijke Voorzienigheid is in de afzonderlijkste dingen van zulke geringe en onbeduidende zaken, wat dan niet in de afzonderlijkste dingen van niet geringe en beduidende zaken, zoals zaken van vrede en oorlog in de wereld en zaken van het heil en van het leven in de hemel.